Leonard Cohen is dood. Maar ‘Hallelujah’ leeft voort, ook in het Jiddisj

leonard-cohenZe sloegen dus wel ergens op, al die toespelingen rond de verschijning van zijn laatste album: Leonard Cohen is nu echt dood. Ik vond hem soms moeilijk te volgen in zijn spirituele zoektochten: Jezus, Boeddha, zelfs bij die enge Scientology-beweging blijkt hij een tijdlang gezeten te hebben. Toch is de joodse traditie waarin hij is grootgebracht ook altijd aanwezig gebleven in zijn werk. Sommige van zijn teksten zijn zelfs letterlijke vertalingen van joodse gebeden. Maar het waren vooral zijn melancholieke stem en muziek die hem voor mij onweerstaanbaar maakten en nog steeds maken, vanaf de eerste LP die ik kocht in de jaren zeventig tot zijn laatste album op Spotify. Omdat het wereldwijde web al dichtgeslibd raakt met opnamen van de grote bard zelf, plaats ik hier de Jiddisje versie van ‘Hallelujah’ door Daniel Kahn. Van tevoren was ik sceptisch: Kahn is geen Cohen, Jiddisj is geen Engels, maar het werkt. En ken je geen Jiddisj, snap je die Hebreeuwse letters niet: luister gewoon en je zult merken dat je er best wat van begrijpt, zelfs zonder de Engelse ondertiteling.

Daniel Kahn zingt en speelt ‘Hallelujah’. Hier vind je meer informatie over deze ‘punk-klezmer’-zanger. De Jiddisje vertaling was een initiatief van het Amerikaans-Jiddisje blad Forverts.

Kasrilevke leeft!

zomernummer-2016Honderd jaar geleden blies de Jiddisje schrijver Sjolem Alejchem in New York zijn laatste adem uit. Hij was in zijn tijd (1859-1916) een van de bekendste Jiddisje schrijvers. Niet alleen in de Oekraïne, toen onderdeel van het Russische Rijk, waar hij was opgegroeid, maar ook in Oost- en Midden-Europa, en in Amerika, waarheen veel van zijn vroegere joodse landgenoten inmiddels geëmigreerd waren, op de vlucht voor pogroms en armoede. Lang na zijn dood, in de jaren zestig en zeventig, werd zijn bekendste creatie Tevje der milchiker, oftewel Tevje de melkboer, ook buiten joodse kring bekend als hoofdpersoon in de Amerikaanse musical en film Fiddler on the Roof, in het Nederlands opgevoerd als Anatevka. De laatste jaren zijn er ook aardig wat boeken van Sjolem Alejchem in het Nederlands vertaald. De meeste heb ik gerecenseerd in NRC Handelsblad. Je kunt de recensies hier nog lezen.  

Het literaire tijdschrift Grine medine, voor liefhebbers van de Jiddisje taal, dat normaal gesproken één keer per kwartaal verschijnt voor donateurs van de Stichting Jiddisj, heeft dankzij een subsidie van de Stichting Collectieve Maror-gelden begin september een dubbelnummer uitgebracht, dat ook als boek verkrijgbaar is, Kasrilevke leeft!. Vanwege de honderdste sterfdag van Sjolem Alejchem bestaat dit boek vrijwel helemaal uit nog niet eerder in het Nederland verschenen vertalingen van Sjolem Alejchem.

sjolem-alejchemJe kunt het boek kopen in diverse boekhandels in en om Amsterdam, zoals Boekhandel Van Rossum., waar op 4 september 2016 de presentatie plaatsvond. Bij andere boekhandels is het te bestellen. Mocht dat niet lukken, dan kun je het ook rechtstreeks bestellen via uitgeverij Amphora Books. Meer informatie over Sjolem Alejchem, de Stichting Jiddisj en Grine medine kun je vinden op de website van Grine medine.

 

Kasrilevke leeft! Bij de honderdste sterfdag van Sjolem Alejchem. Grine medine 63/64 (september 2016). Vertaling uit het Jiddisj: Daniël van den Berg, Fred Borensztajn, Willy Brill, Annelize Dresch, Justus van de Kamp, Nico ter Linden, Hilde Pach, Tanja Rubinstein, Henriette Silverberger, Ruben Verhasselt, Ariane Zwiers. Illustraties: Ieke Spiekman. Uitgave: Stichting Jiddisj/Uitgeverij Amphora Books, Amsterdam 2016

Alweer twee jaar geleden: gepromoveerd op oude kranten

Dr. Pach 2Twee jaar geleden alweer: mijn promotie aan de UvA over de Koerant, de oudste Jiddisje krant ter wereld (Amsterdam 1686-1687). Facebook was zo vriendelijk me eraan te herinneren. Je kunt het proefschrift nog steeds in digitale vorm lezen in de proefschriftenbank van de UvA. Meer informatie in dit bericht op deze website. Intussen staat de bul nog steeds naast de prullenbak in de huiskamer; in de gang staan nog een paar dozen met exemplaren van het papieren proefschrift, en verder is er alweer zoveel gebeurd dat ik nog niet nagedacht heb over de vraag wat ik met het proefschrift wil en óf ik er iets mee wil. Misschien heeft dat ook te maken met het feit dat bijna een jaar geleden mijn copromotor prof. dr Shlomo Berger overleed, volstrekt onverwacht.

Op de dag van de promotie werd ik door Het Parool uitgeroepen tot ‘Amsterdammer van de dag’. Ook een hele eer natuurlijk! Ik werd niet op straat nageroepenHildeAdammervddag, maar af en toe ontmoet ik nog wel eens iemand die me daarvan herkent.

Mocht je het proefschrift in boekvorm willen lezen, dan heb ik nog een paar exemplaren in de aanbieding. Maar wees gewaarschuwd: hoe interessant ik het onderwerp ook vind, ik zou het niet aanraden voor een ontspannen strandvakantie. Daarvoor verwijs ik je liever naar de afdeling Vertalingen op deze website. Zo, dat was wel weer genoeg zelfpromotie.

Panter in de kelder

20160615_142315174_iOSDe roman Panter in de kelder van Amos Oz verscheen oorspronkelijk in 1995. Mijn vertaling kwam in 1998 uit bij Meulenhoff. Ruim een half jaar na de verschijning van Oz’ succesvolle roman Judas (2015) komt De Bezige Bij met een herdruk van Panter in de kelder. Qua omvang en onderwerp zou je het een ‘Judas light’ kunnen noemen, ‘light’ omdat het eerder een novelle is dan een roman, en ‘Judas’ omdat ook hier de dunne scheidslijn tussen vriendschap en verraad een belangrijke rol speelt. Maar daarmee zouden we hoofdpersoon Profi (12) toch tekortdoen: zijn zorgen en dilemma’s zijn minstens zo groot als die van Sjmoeël, de hoofdpersoon van Judas. Het boek speelt zich af in Jeruzalem in de zomer van 1947, kort voor de stichting van de staat Israël. Profi en zijn twee vriendjes hebben een ondergrondse organisatie opgezet en zijn vast van plan de Engelsen te verjagen, de ‘vijanden’ die het dan nog voor het zeggen hebben in het mandaatgebied Palestina. Profi en zijn vrienden zijn bezig een raket te ontwerpen die vanuit hun achtertuin een rechtstreekse aanval zal doen op het paleis van de Engelse koning in Londen. Maar dan ontmoet Profi een Engelse politieagent die hem leert schaken en hem de aandacht schenkt die hij thuis zo mist. Dit plaatst Profi voor een dilemma. Zijn omgang met een vijandelijke agent moet als verraad beschouwd worden, maar het verloochenen van de vriendschap die hij voor de agent voelt, is  misschien nog wel erger. Zie ook de website van De Bezige Bij.

Lees hier de eerste drie hoofdstukken van het boek.

Filmpje. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 250 jaar

MvvOostendorperelid

(Foto: Monique Shaw)

Ter ere van het 250-jarig bestaan van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde interviewde Marc van Oostendorp, taalkundige en onderzoeker aan het Meertens Instituut, drie prominente leden van de Maatschappij, én een lid dat na vijftien jaar slapend lidmaatschap eindelijk eens op een vergadering kwam. Dat laatste lid was ik. Van de interviews maakte hij vier filmpjes, die te zien zijn op Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek en op de website van de Maatschappij.

Marc (links op de foto) werd trouwens tijdens de jubileumbijeenkomst in Leiden, in aanwezigheid van koning Willem Alexander, door voorzitter Wijnand Mijnhardt benoemd tot erelid, vanwege zijn gebruik van de sociale media om de neerlandistiek en taal in het algemeen onder de aandacht te brengen.

Een impressie van de jubileumviering vind je hier.

 

 

Mijn school gesloopt voor een brug!

Twee weken geleden reed ik nog langs mijn oude lagere school, de Mr. G.A.E.B. Meijerschool in de Utrechtse wijk Oog in Al. Ik wist dat hij binnenkort gesloopt zou worden en bedacht dat ik er eigenlijk een foto van zou moeten maken. Maar ja, we hadden haast, dus we reden door. Een paar dagen later zag ik bijgaande foto op de FacebookpaMrGAEBMeijerschoolgina van mijn zusje. Het was zover! De bijbehorende kleuterschool De Specht is al jaren geleden gesloopt, het ziekenhuis waar ik geboren ben bestaat niet meer, welke tastbare herinneringen van mijn vroege jeugd blijven er eigenlijk nog overeind?

De reden van de sloop van de school is de bouw van een fietsersbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal, om Oog in Al met de wijk Leidsche Rijn te verbinden. En daar las ik vanavond een tweet over van mijn broer, waarin een artikel van het adviesbureau Leven op Daken werd aangehaald. Op de website van Leven op Daken vond ik nog een uitgebreider artikel over de totstandkoming van de brug.

Er is lang vergaderd over het ontwerp van de brug. Een comfortabele fietsersbrug heeft een lange aanloop nodig om te voorkomen dat de helling te steil wordt, en het was moeilijk om daarvoor ruimte te vinden in de dichtbebouwde woonomgeving waar de brug moet komen. Maar het ei van Columbus is gevonden: er is al een nieuwe school gebouwd, die deze maand officieel werd geopend, en de oprit van de brug komt over het dak van de school te lopen!

DafneSchippersbrugDe brug wordt genoemd naar de atlete Dafne Schippers, die hem eind dit jaar zal openen. De naamgeving getuigt van groot vertrouwen. Weliswaar bevat de naam  Dafne Schippers veel symboliek: Dafne komt zelf uit Oog in Al en zat in Leidsche Rijn op school. Bovendien refereert haar achternaam aan de schippers die er regelmatig onderdoor gaan varen. Maar als Dafne straks niet met het vereiste aantal gouden medailles terugkomt uit Rio, zal men zich in Utrecht misschien toch even achter de oren krabben.

Nou ja, dat zien we dan wel weer. Gelukkig blijft de school wel een Montessorischool, zij het niet meer genoemd naar de in mijn tijd al vergeten plaatselijke notabele Mr. G.A.E.B. Meijer. Hij heet tegenwoordig gewoon Montessorischool Oog in Al.

Met opgeheven hoofd. Kunstenaars over de oorlogsjaren

Weerbare democratie bladHet is weer mei en dat betekent extra aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Voor het Historisch Nieuwsblad schreef ik een artikel over een enigszins curieuze tentoonstelling over het Nederlandse verzet. Hieronder een fragment:

 

 

In de Nieuwe Kerk in Amsterdam was in 1946 een expositie over het verzet te zien. Tien kunstenaars toonden uitvoerig het lijden en het protest van de Nederlandse bevolking. Alleen de Jodenvervolging kwam nauwelijks aan bod.

 

 

‘Grote schilderingen beelden de voortdurende aanvallen op ons materiële en geestelijke leven uit, goed gekozen en overzichtelijk gerangschikt materiaal verschaft de historische documentatie. Wij zien hoe onvoorbereid ons volk tegenover de inval van Mei 1940 stond, hoe de verslagenheid van de bevolking door de Nazi’s gebruikt werd om stelselmatig en geraffineerd de onderdrukking en uitplundering te organiseren, totdat de Februaristaking als een klaroenstoot door ons land ging.’ Dat schreef het communistische blad De Waarheid in 1946 over de expositie Weerbare Democratie in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Op 1 maart van dat jaar had premier Willem Schermerhorn de tentoonstelling geopend, die was georganiseerd door de Grote Adviescommissie der Illegaliteit. De vormgeving ervan was ongebruikelijk. De expositie bestond grotendeels uit panelen waarop belangrijke momenten en symbolen van het verzet waren uitgebeeld.

Tien kunstenaars hadden eraan meegewerkt. Hun namen werden bekendgemaakt, maar de panelen waren niet gesigneerd, om de gezamenlijkheid van het project en van het verzet te benadrukken. Voorwerpen waarvan verzetslieden gebruik hadden gemaakt, waren nauwelijks tentoongesteld; wel stond er een complete drukpers om valse identiteitsbewijzen te vervaardigen.

 

De rest van het artikel kun je in het Historisch Nieuwsblad (nr. 5, mei 2016) lezen. Kijk op de website om meer te weten te komen.
P.S. Het lezen van dit artikel in het Historisch Nieuwsblad bracht lezer Jaap van Rossum tot de volgende reactie:

In ons familiearchief ben ik enige tijd geleden al eens de catalogus tegengekomen van de tentoonstelling Weerbare Democratie. Uw artikel in het laatste nummer  van het Historisch Nieuwsblad was daarom voor mij extra boeiend, omdat ik het boekje en de tentoonstelling nu beter kan ‘plaatsen’.

Mijn vader heeft deze tentoonstelling bezocht op zaterdag 16 maart 1946. Dat weet ik precies, omdat zich in het catalogusboekje een ‘Ausweis’ bevond, waarop dit vermeld staat. Het is waarschijnlijk een zelfde soort persoonsbewijs dat Koningin Wilhelmina oftewel Gravin Van Buren ontving, zoals u schreef.

Toen ik dit valse persoonsbewijs voor het eerst zag, maakte dit qua vormgeving (neem bijv. alleen al die stempels

met hakenkruisen en adelaars) op mij wel een enigszins bizarre indruk; zie beide bijgaande afbeeldingen, die de voor- en achterkant van Ausweis 11448 weergeven.

Ik heb nog even de oude zakagenda van mijn vader opgezocht. Daar staat inderdaad in dat hij op zaterdag 16 maart 1946 in de Nieuwe Kerk is geweest. Hij was daar overigens niet alleen, maar met mijn moeder (Stien Kruse). Ik heb echter maar één Ausweis teruggevonden, dus mogelijk kreeg niet iedere bezoeker zo’n document.

Het lettertype van de typemachine waarmee de kaart is ingevuld, lijkt bij nadere beschouwing verdacht veel op dat van de schrijfmachine die mijn vader destijds zelf gebruikte (een toen al antieke Hammond, die ik overigens nog steeds in huis heb). Ik sluit dus niet uit dat mijn vader de kaart achteraf zelf heeft ingevuld. Maar zeker weten doe ik dit natuurlijk niet. Navragen kan helaas niet meer, aangezien mijn vader al in 1982 is overleden en mijn moeder in 1994.

.

Meer informatie over mijn vader staat op http://home.kpn.nl/javaros/Onwindex.htm

Lof van de schiereilanden

normal_Omslag_Nexus_71Op zaterdag 14 november 2015 vond in Amsterdam de Nexus-conferentie Waiting for the Barbarians plaats. Toonaangevende intellectuelen uit Het Midden-Oosten, Amerika en Europa kwamen bijeen om te discussiëren over de vragen als: waarom zijn er nog altijd barbaren? En hoe beschaafd zijn wij zelf eigenlijk? Na afloop van de conferentie schreven de sprekers een essay over deze twee grote vragen, die nu in Nederlandse vertaling onder de titel ‘Wachten op de barbaren’ gebundeld zijn in Nexus 71 (2016), samen met de door mij vertaalde openingslezing door de Israëlische schrijver Amos Oz. De conferentie kreeg een onheilspellend actuele lading na de dodelijke aanslagen die de dag ervoor in Parijs waren gepleegd. Hieronder zijn de eerste alinea’s te lezen van de lezing van Amos Oz.

 

Lof van de schiereilanden

Amos Oz

 

Dit is een ochtend van ontsteltenis en verdriet. We leven mee met de onschuldige slachtoffers, hun familieleden, Parijs, Frankrijk, de mensheid. Hier volgen enkele regels die ik vlak na 11 september schreef en die ik vandaag graag wil herhalen: ‘Er is in de wereld maar één macht die fanatieke islamisten in bedwang zou kunnen houden en zelfs zou kunnen verslaan, en die komt van de gematigde moslims. Wij wachten nu allemaal af totdat gematigde moslims van zich laten horen, zelfs actie ondernemen.’

Dames en heren, laat me beginnen met een persoonlijke ontboezeming. Sinds jaar en dag sta ik om vier uur ’s ochtends op. Een wandeling voor de dageraad brengt veel dingen terug tot de juiste proporties. Wanneer bijvoorbeeld in het nieuws van de avond daarvoor een politicus woorden heeft gebruikt als ‘voorgoed’, of ‘voor altijd en eeuwig’ of ‘nog in geen miljoen jaar’, dan kan ik de stenen in de woestijn of de sterren boven het stadspark zachtjes horen lachen om het tijdsbesef van die politicus.

Nog steeds voor zonsopkomst ga ik terug naar huis, zet een kop koffie, ga aan mijn bureau zitten en begin mezelf vragen te stellen. Ik vraag niet waar het heen gaat met de wereld, of welke kant we op moeten. Ik vraag mezelf: ‘Hoe zou het zijn als ik hem was, hoe zou het zijn als ik haar was? Wat zou ik voelen, willen, vrezen en hopen? Waar zou ik me voor schamen, in de hoop dat niemand er ooit achter komt?’

Het is mijn vak om in andermans schoenen te gaan staan, of zelfs in zijn of haar huid te kruipen. Ik word gedreven door nieuwsgierigheid. Ik was een nieuwsgierig kind. Bijna alle kinderen zijn nieuwsgierig. Er zijn echter maar weinig mensen die nieuwsgierig blijven als ze volwassen zijn en oud worden.

We weten allemaal dat nieuwsgierigheid een noodzakelijke voorwaarde is, de eerste voorwaarde zelfs, voor elk intellectueel of wetenschappelijk werk. Maar ik wil hieraan toevoegen dat ik nieuwsgierigheid ook beschouw als een morele deugd. Een nieuwsgierig mens is een iets beter mens, een betere ouder, betere partner, buurman of -vrouw en collega dan een niet-nieuwsgierig mens. Een nieuwsgierig mens is ook een betere geliefde.

Ik zou willen opperen dat nieuwsgierigheid, naast humor, het belangrijkste tegengif vormt tegen fanatisme. Fanatici hebben geen gevoel voor humor en zijn zelden nieuwsgierig. Want humor ondermijnt het fanatisme, terwijl nieuwsgierigheid het risico van avontuur met zich meebrengt, dingen ter discussie stelt en je soms zelfs laat ontdekken dat je eigen antwoorden fout waren.

Dat brengt me op de voornaamste rol van literatuur in het bijzonder en van kunst in het algemeen. Hun grootste verdienste is niet het aandringen op sociale hervorming of het uitoefenen van politieke kritiek. U weet dat de achtertuinen van de filosofie en de theologie bezaaid zijn met de geraamtes van romanschrijvers en dichters die wilden wedijveren met filosofen en theologen, met ideologen en zelfs met profeten. Een enkeling is daar ook in geslaagd, maar daar gaat het niet om. Ook al kan slechte literatuur heel belangrijke en positieve morele boodschappen bevatten, het blijft slechte literatuur.

amos_ozHet kenmerk van goede literatuur en kunst is dat ze een derde oog in het voorhoofd kan openen. Om ons oude, aftandse dingen in een heel nieuw licht te tonen. ‘Zelfs een oud tafereel kent een moment van geboorte’, zoals de grote Israëlische dichter Natan Alterman het omschreef. Grote literatuur is in de schoenen gaan staan en in de huid gekropen van anderen, vreemdelingen, soms onaangename mensen, de Don Quichots, de Iago’s, de Raskolnikovs van deze wereld. Slechte literatuur opent geen derde oog. Het herhaalt alleen maar wat we al weten, en toont ons alleen wat we al hebben gezien.

 

Vertaling: Hilde Pach

 

Het vervolg van de lezing van Amos Oz en de essays van alle deelnemers aan de conferentie kun je lezen in Nexus 71. Op de website van het Nexus Instituut kun je de bundel bestellen en meer te weten komen over de activiteiten van het Nexus Instituut.

Het huis van Mordechai Gebirtig

001

Plaquette voor Mordechai Gebirtig op de gevel van zijn voormalige woonhuis in de Berka Joselewiczastraat 5 (bron: Wikipedia)

In 2004 maakte ik met mijn man een reisje naar Polen op zoek naar sporen van verdwenen joods leven. We gingen toen ook op zoek naar het huis van de Jiddisje dichter en componist Mordechai Gebirtig in Krakau. Veel van zijn liedjes worden nog altijd gezongen en gespeeld. We vonden de straat en het huisnummer, maar betwijfelden of Gebirtig hier werkelijk gewoond had. Onlangs vond ik op Facebook een YouTube-filmpje (‘Socalled Docs 1’), een jaar of tien geleden gemaakt door de Canadese filmer, musicus, goochelaar en nog veel  meer Joshua Dolgin, waarin de oude Jiddisje zanger Arkady Gendler samen met de jongere zangers Michael Alpert, Daniel Kahn en Kurt Bjorling een bezoek brengt aan het huis en de binnenplaats van Gebirtig. Een heel ander huis dan wij indertijd bezochten. Volgens een bordje aan de muur is dít het echte huis. Bij dezen dus. Gendler begint spontaan een van Gebirtigs liedjes te zingen als hij binnenkomt. UIt de graffiti op de doorgang naar de binnenplaats blijkt trouwens dat ook Krakau niet vrij is van antisemitisme.

 

Broertje dood

 

In het voorjaar van 1983 ging mijn zoon Joram, net drie geworden, naar een peuteropvang in de Watergraafsmeer. Daar ontmoette hij Jan Groenteman, bijna drie. In en om de zandbak ontwikkelde zich tussen de twee jongetjes een hechte vriendschap, die voortduurt tot de dag van vandaag. Jans oudere broer Piet had ook op de peuteropvang gezeten, maar zat inmiddels op de kleuterschool. Tegen de tijd dat Joram en Jan naar de kleuterschool gingen, kreeg Jan nog een broertje, Kees. Joram en Jan zaten tot de middelbare school bij elkaar op school, maar niet altijd in dezelfde klas. Hun vriendschap leed daar niet onder. Dat kwam ook doordat ze samen voetbalden. Piet voetbalde bij dezelfde club, en zo raakte Joram ook bevriend met Piet. Al was Piet natuurlijk twee jaar ouder, wat op die leeftijd een enorm verschil is. Op een dag kwam Joram thuis met de mededeling dat Piet leukemie had. Hij was met zijn vader naar de huisarts gegaan omdat hij zo moe was, was meteen doorgestuurd naar het ziekenhuis en nog dezelfde dag was de diagnose gesteld. Hij kon beter worden, maar hij kon ook doodgaan. Na twee jaar van hoop en vrees werd duidelijk dat Piet het niet ging redden. Op 2 oktober 1993 overleed Piet, vijftien jaar oud.

Broertje doodJan, inmiddels pianist/componist/singer/songwriter, is de confrontatie met de dood van zijn broer lang uit de weg gegaan, maar vorig jaar maakte hij er samen met zijn vrouw, actrice Kiki Jaski – ‘Groenteman & Vrouw’ – een prachtige muziektheatervoorstelling over, Broertje dood, waar je soms om moet huilen – ik tenminste – maar ook om moet lachen, maar die vooral bewondering wekt voor de manier waarop Jan en Kiki iets invoelbaar maken waar je eigenlijk liever niet aan wilt denken.

Broertje dood van Groenteman & Vrouw is het tweede project in de programmareeks Oostblok Open, voorstellingen die niet in de zaal worden gespeeld maar op spannende, mooie of betekenisvolle locaties in Amsterdam Oost.

De voorstelling is in februari gespeeld in het Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover aan de rand van Begraafplaats De Nieuwe Ooster. Van 12 t/m 15 mei en van 26 t/m 29 mei is hij nogmaals te zien. Meer informatie en kaarten kun je hier krijgen. Het filmpje is van oost-online.