Terug naar Hebreeuws

Hoogtepunten

Ik heb nog nooit een boek vertaald dat ik oninteressant vond. Maar natuurlijk liggen sommige boeken me nader aan het hart dan andere. Van de door mij vertaalde boeken die veel indruk op mij hebben gemaakt, kun je hieronder  een korte beschrijving lezen, gevolgd door het eerste hoofdstuk of een fragment daarvan. Deze pagina is nog in ontwikkeling, dus je vindt hier nu nog maar een kleine selectie, die hopelijk snel uitgebreid wordt…

 

Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis. De Bezige Bij, Amsterdam 2005

In deze roman – het woord autobiografie wil de auteur zelf niet gebruiken – schetst Amos Oz het leven van zijn familie in Oost-Europa en hun motieven om naar Palestina te emigreren – of om dat niet te doen. En daaraan gekoppeld de jaren van het Britse mandaat en de eerste jaren van Israëls bestaan. Ook aan de relatie tussen joden en Arabieren in die dagen besteedt Oz veel aandacht. Wat hij daarover schrijft, zou verplichte literatuur moeten zijn voor iedereen die zijn mening klaar heeft over het huidige conflict tussen Israëli’s en Palestijnen (en ook voor wie er niets meer van snapt). Ook is het interessant om te zien hoe bepaalde gebeurtenissen en personen uit Oz’ eigen leven hebben doorgewerkt in zijn literaire werk. Maar het meest waardevolle van dit boek is dat Oz het grote drama in zijn leven, de zelfmoord van zijn moeder, op een sobere, heel indrukwekkende en ontroerende manier invoelbaar heeft gemaakt.

Lees hier een gedeelte uit het eerste hoofdstuk.

 

 

A.B. Yehoshua, Vriendschappelijk vuur. Wereldbibliotheek, Amsterdam 2010

A.B. Yehoshua is een van mijn lievelingsschrijvers. Hij weet heel knap de ‘kleine’ en de ‘grote’ wereld met elkaar te verbinden zonder dat het ontaardt in clichés. Hij was een van de eerste Israëlische schrijvers die schreven over de relatie tussen joden en Arabieren. Yehoshua houdt van zijn personages en beschrijft ze met compassie, maar ook met ironie en humor. Tragische gebeurtenissen worden bij hem nooit loodzwaar, omdat hij er altijd ook een absurde of groteske kant aan ontdekt, zonder dat dat afbreuk doet aan de ernst van de situatie. Vriendschappelijk vuur gaat onder meer over de corrumperende invloed van de Israëlische bezetting, maar ook over rouw, over liefde tussen man en vrouw, ouders, kinderen en kleinkinderen. En over het ontwerpen van liften en over Afrika.

O ja, de omslagfoto slaat nergens op. Het boek speelt zich voor de helft af in een winters Tel Aviv, en voor de andere helft in Tanzania. Van strandplezier is geen sprake. Waaruit maar weer blijkt dat uitgevers niet altijd de vertaler om advies vragen…

Lees hier het eerste hoofdstuk.

 

Nir Baram, Goede mensen. De Bezige Bij, Amsterdam 2012

Goede mensen is een verontrustende roman over redelijk denkende, goed opgeleide mensen, een ambitieuze reclameman uit Berlijn en een jonge vrouw uit een intellectueel gezin in Leningrad. De twee laten zich, niet uit kwade wil maar uit lijfsbehoud, meezuigen door het regime waartoe ze toevallig behoren: dat van Hitler en dat van Stalin, en zien zich gedwongen tot het maken van foute keuzes. Het boek speelt zich af tussen de Kristallnacht (1938) en de Duitse inval in de Sovjet-Unie (1941). Het is geschreven met aandacht voor de grote lijnen maar tevens voor de schijnbaar alledaagse details, waardoor je je als lezer ook meegezogen voelt worden. Het lijkt alsof je zelf op straat loopt tijdens de Kristallnacht, en soms betrap je je tot je eigen schrik plotseling op enige sympathie voor een nazi of voor een stalinist.

Lees hier het eerste hoofdstuk.

 

 

Amos Oz, Dezelfde zee. De Bezige Bij, Amsterdam 2014 (eerste druk Meulenhoff 2000)

DezelfdezeeherdrukHet bijzonderste en misschien ook wel het mooiste boek dat Amos Oz heeft geschreven, is Dezelfde zee uit 1999. Mijn vertaling verscheen in 2000 bij Meulenhoff. In 2014 publiceerde De Bezige Bij een herdruk.

Het bijzondere van het boek zit hem in de vorm, de stijl en de inhoud. Het is een mengeling van proza en poëzie, korte teksten, waarvan sommige veel weg hebben van ‘echte’ gedichten, met metrum en soms ook met rijm, andere meer van prozagedichten of ‘gewoon’ proza. Als je op de blauwe woorden klikt, zie je van allemaal een voorbeeld. Maar welke vorm de tekst ook heeft, elke regel is met zorg gecomponeerd. Toen ik het boek vertaalde, las ik zowel het origineel als de vertaling steeds hardop aan mezelf voor, en soms ook aan anderen, om te horen hoe het klonk, en of ik erin geslaagd was de muziek van de vertaling enigszins te laten klinken als de muziek van het origineel. De prozagedichten bestaan uit lange regels, die in de vertaling vaak niet op één regel pasten. Dat leverde lelijke afbrekingen op, wat nog werd versterkt doordat de Nederlandse uitgave een kleinere bladspiegel heeft. Ik heb Amos Oz toen om toestemming gevraagd om de regels op een andere plaats af te breken. Die toestemming kreeg ik, en ik heb vervolgens, ook weer door hardop voor te lezen, nieuwe afbreekplaatsen gecreëerd.

Ook de inhoud is bijzonder. De plot lijkt simpel. De belangrijkste personages zijn Albert Danon, een belastingadviseur van middelbare leeftijd uit de saaie badplaats Bat Jam, zijn pas aan kanker overleden vrouw Nadia, hun zoon Rico, die door Tibet zwerft, en diens vriendin Dita. Maar ook de schrijver zelf komt erin voor, evenals zijn overleden ouders. De levenden en de doden hebben in dit boek een min of meer gelijkwaardige positie, evenals fictieve en werkelijk bestaande personen. Zo ontmoet de schrijver in de hotellobby Dita, die daar ‘s nachts als receptioniste werkt. Rico ontmoet zijn overleden moeder in Tibet, en de schrijver spreekt zijn ouders toe. In dit boek refereert Amos Oz voor het eerst expliciet aan de dood van zijn moeder, die zelfmoord pleegde toen hij twaalf was, en probeert hij duidelijk te maken wat haar daad voor hem heeft betekend. In dat opzicht kun je Dezelfde zee als opstapje zien naar Oz’ grote roman Een verhaal van liefde en duisternis, die drie jaar later verscheen en waarin zijn moeders zelfmoord centraal staat.

Hier het prozagedicht ‘Magnificat’, waarin de schrijver alle levende en dode personages uit het boek in zijn eigen tuin bijeen heeft gebracht, met zijn ouders, zijn vrouw en zijn kinderen en kleinkinderen.

 

Amos Oz, Judas. De Bezige Bij, Amsterdam 2015

kaft JudasJudas is de eerste echte roman van Amos Oz na Een verhaal van liefde en duisternis (2002; vertaling 2005), en ik vind het een van zijn beste boeken. Het verhaal speelt zich af in een somber oud huis in Jeruzalem in de winter 1959-1960. Hoofdpersoon Sjmoeël Asj, student aan de Jeruzalemse universiteit, wordt door zijn vriendin in de steek gelaten, zijn vader is  failliet gegaan en kan hem geen studietoelage meer geven, en hij is vastgelopen in zijn zo veelbelovend begonnen scriptie, waarin hij wilde bewijzen dat Judas niet de verrader van Jezus was, maar juist de enige die écht in hem geloofde. Sjmoeël besluit zijn studie te staken en ergens in de Negev-woestijn nuttig werk te zoeken. Maar dan valt zijn oog op een briefje op het prikbord bij de universiteitskantine: student gezocht om een invalide oude man ’s avonds gezelschap te houden. Sjmoeël gaat erop af en ontmoet in het eerdergenoemde sombere huis Gersjom Wald, een typische intellectueel die niets liever wil dan zijn mening laten horen. Helaas is hij door zijn handicap aan huis gekluisterd en heeft hij geen publiek. Daar moet Sjmoeël in voorzien, die zelf ook wel van een stevige discussie houdt. In het huis woont ook nog een beeldschone vrouw van een jaar of vijfenveertig, Atalja Abarbanel. Sjmoeël wordt op slag verliefd op haar, maar zij speelt een soort kat- en muisspel met hem. Sjmoeël komt er gaandeweg achter dat Gersjom en Atalja nog steeds met een tragedie leven die hun in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1948 is overkomen. En door dit alles loopt thet thema van Judas, in de ogen van de christenen de klassieke verrader en het prototype van de onbetrouwbare jood. Maar in zijn gesprekken met Gersjom en Atalja komt Sjmoeël er ook achter dat de scheidslijn tussen verraad en liefde heel dun is.

Hier kun je het eerste hoofdstuk lezen.

 

Amos Oz, Panter in de kelder. De Bezige Bij, Amsterdam 2016

20160615_142315174_iOSDe roman Panter in de kelder van Amos Oz verscheen oorspronkelijk in 1995. Mijn vertaling kwam in 1998 uit bij Meulenhoff. Ruim een half jaar na de verschijning van Oz’ succesvolle roman Judas (2015) komt De Bezige Bij met een herdruk van Panter in de kelder. Qua omvang en onderwerp zou je het een ‘Judas light’ kunnen noemen, ‘light’ omdat het eerder een novelle is dan een roman, en ‘Judas’ omdat ook hier de dunne scheidslijn tussen vriendschap en verraad een belangrijke rol speelt. Maar daarmee zouden we hoofdpersoon Profi (12) toch tekortdoen: zijn zorgen en dilemma’s zijn minstens zo groot als die van Sjmoeël, de hoofdpersoon van Judas. Het boek speelt zich af in Jeruzalem in de zomer van 1947, kort voor de stichting van de staat Israël. Profi en zijn twee vriendjes hebben een ondergrondse organisatie opgezet en zijn vast van plan de Engelsen te verjagen, de ‘vijanden’ die het dan nog voor het zeggen hebben in het mandaatgebied Palestina. Profi en zijn vrienden zijn bezig een raket te ontwerpen die vanuit hun achtertuin een rechtstreekse aanval zal doen op het paleis van de Engelse koning in Londen. Maar dan ontmoet Profi een Engelse politieagent die hem leert schaken en hem de aandacht schenkt die hij thuis zo mist. Dit plaatst Profi voor een dilemma. Zijn omgang met een vijandelijke agent moet als verraad beschouwd worden, maar het verloochenen van de vriendschap die hij voor de agent voelt, is misschien nog wel erger. Zie ook de website van De Bezige Bij.

Lees hier het eerste hoofdstuk van het boek en lees hier de eerste drie hoofdstukken als PDF.

4 pings

  1. […] Hoogtepunten […]

  2. […] Hoogtepunten […]

  3. […] Hoogtepunten […]

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: