Achilles in Sparta. De fundamentele onvrede van ultraloper Ron Teunisse

Ron TeunisseRon Teunisse was de eerste Nederlander die de Spartathlon liep, de 246 kilometer lange ultraloop van Athene naar Sparta, waarin hij vijfmaal bij de eerste tien eindigde. Over zijn passie voor ultralopen, zijn successen en zijn mislukkingen, zijn vriendschap met collega-langeafstandsloper Jan Knippenberg én over zijn aversie tegen domme mensen schreef hij De koerier die nergens bij hoort, een bundel nuchtere, vaak humoristische, soms cynische, maar ook ontroerende columns.

“Eigenlijk ben ik ongeschikt om te lopen, ik heb een beenlengteverschil, ik ben te zwaar, ik heb een slechte rug, maar als je wil sterk is, dan kun je het.” Ron Teunisse (58) mag dan niet zo’n hoge dunk van zijn lichaam hebben, in de wereld van het langeafstandslopen wordt met groot respect over hem gesproken. Lees meer

Sneeuw

Over de veronderstelling dat de recente koude winters het gevolg zijn van de opwarming van de aarde zal ik het hier maar niet hebben. Liever behandel ik de vraag: hoe kom je als hardloper de winter door? Er zijn lopers die bij de eerste sneeuwvlok hun schoenen laten voor wat ze zijn en hun toevlucht zoeken tot sportschool of zwembad. Er zijn er ook die naarstig op zoek gaan naar schoongeveegde stoepen en fietspaden om zo gewoon mogelijk te kunnen blijven lopen. En er zijn lopers die genieten van de sneeuw en niets liever doen dan de hele dag door sneeuwhopen banjeren. Zelf behoor ik duidelijk tot de laatste groep. Lees meer

Met achtduizend Kerstmannen door Liverpool. Santa Dash 2010

Terwijl Nederland de laatste hand legde aan de Sinterklaassurprises, verzamelden zich in Liverpool op zondagochtend 5 december tegen de achtduizend deelnemers aan de Santa Dash, een Fun Run over vijf kilometer door het centrum van de stad, waarbij alle deelnemers gekleed gaan in Kerstmannenpak.

SantaDash1Toen mijn dochter in 2008 naar Liverpool verhuisde, was er één Nederlandse traditie waar ze beslist geen afstand van wilde doen: Sinterklaas. Daarom toog de familie twee jaar geleden mét surprises naar Liverpool om daar Sinterklaas te vieren. Tot onze verbazing stond de stad juist dat weekend op zijn kop vanwege een bijzondere hardloopwedstrijd, de Santa Dash. Lees meer

Vriendschappelijk vuur, een chanoekaverhaal van A.B. Yehoshua

Vanaf het begin van mijn vertaalcarrière heb ik A.B. Yehoshua al willen vertalen, maar het is er niet eerder van gekomen. Zelfs zijn iets minder geslaagde boeken zijn altijd nog een genot om te lezen. Yehoshua weet als geen ander een complete, rijkgeschakeerde wereld op te roepen, waarin zowel aandacht is voor de details in de relatie tussen man en vrouw, familieleden, collega’s, als voor de wereld om hen heen. Hij weet ook heel knap de ‘kleine’ en de ‘grote’ wereld met elkaar te verbinden zonder dat het ontaardt in clichés. Hij was een van de eerste Israëlische auteurs die schreven over de relatie tussen joden en Arabieren, hij schreef over de lotgevallen van een emigrante uit de voormalige Sovjet-Unie, en de roman Vriendschappelijk vuur  (Wereldbibliotheek, Amsterdam 2010) gaat onder meer over de rol van het Israëlische leger op de Westelijke Jordaanoever. Het genot van het lezen zit echter niet alleen in de onderwerpkeuze, maar minstens zo veel in de manier van schrijven. Yehoshua houdt van zijn personages – ook van de minder sympathieke – en beschrijft ze met compassie, maar ook met ironie en humor. Tragische gebeurtenissen worden bij Yehoshua nooit loodzwaar, omdat hij er altijd ook een absurde of groteske kant aan ontdekt, zonder dat dat afbreuk doet aan de ernst van de situatie. Daarom is Vriendschappelijk vuur voor mij een van de Hoogtepunten van mijn vertaaloeuvre.

 

De Hebreeuwse titel van het boek, Esj jedidoetiet, ‘Vriendschappelijk vuur’,  is een letterlijke vertaling van de Engelse term friendly fire, ‘eigen vuur’, die gebruikt wordt als een militair per ongeluk iemand raakt uit het eigen kamp. De titel verwijst naar de dood van de zoon van een van de personages, door ‘vriendschappelijk vuur’ gedurende zijn diensttijd op de Westelijke Jordaanoever. Net als in het Nederlands wordt de letterlijke vertaling uit het Engels doorgaans niet gebruikt in het Hebreeuws. Een van de personages heeft de term geïntroduceerd bij wijze van eufemisme, en in de loop van het boek krijgt hij steeds meer betekenissen.

Hoofdpersonen in het boek, dat oorspronkelijk in 2007 verscheen, zijn Amots Jaäri en zijn vrouw Daniëlla, allebei rond de zestig. Jaäri is directeur van een ontwerpbureau voor liften. Daniëlla, lerares Engels, gaat in de chanoekavakantie in december naar haar zwager in Tanzania, op zoek naar herinneringen aan haar oudere zuster, die daar ruim een jaar eerder is overleden. Afwisselend leeft de lezer mee met Jaäri, alleen achtergebleven in Tel Aviv, en met Daniëlla in Tanzania. Jaäri beleeft de nodige verwikkelingen met een liftschacht in een flatgebouw waaruit vreemde fluit- en jammertonen komen, veroorzaakt door mysterieuze winden (of geesten, hetzelfde woord in het Hebreeuws), waarvoor hij een oplossing moet vinden, en met zijn oude vader, zijn zoon, schoondochter, dochter en de kleinkinderen.

Daniëlla, in het verre Afrika, wordt door haar zwager geconfronteerd met het andere, minder gezellige Israël. De zwager, Jirmi, een afkorting van Jirmejahoe, Jeremia, niet toevallig een verwijzing naar de profeet, heeft met enkele jaren tussentijd de dood van zijn zoon en van zijn vrouw moeten verwerken. De dood van zijn zoon staat voor hem symbool voor het geweld dat heeft geleid tot de mislukking van Israël en van het jodendom in het algemeen, waarvan hij niets meer wil weten. Na zijn pensionering als diplomaat in Tanzania is Jirmi in Afrika gebleven, waar hij werkt als administrateur bij een project van archeologische opgravingen naar de voorouders van de mens. De chanoekakaarsen en de Israëlische kranten die Daniëlla voor hem heeft meegenomen, gooit hij in de kachel.

Behalve door het pessimisme van Jirmi wordt Daniëlla ook geraakt door de Afrikaanse cultuur en het animisme. Hier suggereert Yehoshua een relatie met de ‘geesten’ in de liftschacht waarmee haar man te maken krijgt. Aan het eind van de week keert Daniëlla ontredderd terug naar Israël. Zal ze de kracht kunnen opbrengen om samen met Amots de laatste chanoekakaars te ontsteken, een heel andere vorm van ‘vriendschappelijk vuur’, die symbool staat voor hoop in bange tijden?

 

Op naar de 30.000? Wereldrecord bij zestigste Utrechtse Singelloop

Vijfduizend deelnemers stonden er op 26 september aan de start bij de zestigste editie van de Utrechtse Singelloop. Een heel verschil met de eerste loop in 1925, toen er 38 lopers meededen. Winnaar was de Rotterdammer Piet Dullaert. Dit jaar werd de wedstrijd gewonnen door een Keniaan, Leonard Patrick Komon, die de tien kilometer liep in 26.44, een wereldrecord. Het gaf een extra feestelijk tintje aan de jubileumeditie van het evenement.

85 jaar geleden werd de eerste Utrechtse Singelloop gehouden. Dat de loop dit jaar toch pas zijn zestigste editie beleeft, tekent de wisselvallige historie van het evenement. Hoewel er aan de eerste editie maar 38 lopers meededen, was het wel degelijk bedoeld als publieksevenement. Omdat de toen nog op voetbalvelden gehouden atletiekwedstrijden nauwelijks publiek trokken besloot organisator Nico Munzert de atletiek naar de mensen te brengen: op een drukke zaterdagmiddag, midden in de stad. Lees meer

Het familieleven rond een stofzuiger

Een oma die haar stofzuiger niet wil gebruiken omdat hij het huis vies maakt (er zit stof in!). Die haar bezoek buiten ontvangt om haar huis schoon te houden. Maar die ook haar kleinzoon aanmoedigt om vooral iedere keer een ander meisje mee te nemen (‘Jonge jongens moeten van vriendin wisselen als van sokken’). Het zou een personage kunnen zijn uit een van de romans van Meir Shalev. Maar ditmaal is het zijn eigen oma die hij beschrijft.

Shalev heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij de inspiratie voor de kleurrijke wereld uit zijn boeken deels vindt in de verhalen uit zijn eigen familie, vooral die van moederskant, medeoprichters van de mosjav Nahalal, die begin jaren twintig van een moeras met malariamuggen veranderde in een vruchtbare landbouwnederzetting, een zionistisch kunststukje. In Het zat zo doet Shalev de familiegeschiedenis eindelijk uit de doeken, niet ‘het grote verhaal’, zegt hij zelf, het verhaal over liefde, wraak, pijn en dood, maar gewoon, ‘een verhaal dat we elkaar bij gelegenheid vertellen’.

Het lijkt wel een verwijzing naar die andere Israëlische autobiografische roman, Een verhaal van liefde en duisternis  van Amos Oz, die wél een groot en tragisch familieverhaal vertelt. En onderwijl een fascinerende blik biedt op het ontstaan van Israël. Shalevs boek, daarentegen, is luchtig van toon en legt de nadruk op de verhalen die in zijn familie verteld werden.

Oma Tonja kwam als meisje van achttien uit de Oekraïne naar Palestina. Ze trouwde met de weduwnaar van haar halfzus, opa Aharon, een vrij krachteloze figuur, zodat het runnen van het boerenbedrijf vooral op oma neerkwam. Shalev beschrijft haar met respect, maar niet overdreven liefdevol, want zo lief was ze niet. Ze liet iedereen voor zich werken en was weinig vrijgevig (‘Bij mijn leven wordt niet geërfd’).

In ideologisch opzicht was oma Tonja minder streng in de leer dan de meeste mosjavbewoners, die het kapitalisme verafschuwden. En daar komt de stofzuiger om de hoek kijken. Opa’s broer, oom Jehosjoea, is rijk geworden in het verderfelijke Amerika. Om zijn socialistische broer op stang te jagen stuurt hij een stofzuiger naar zijn poetsgrage schoonzuster, een enorme, glimmende General Electric. In geuren en kleuren vertelt Shalev hoe de stofzuiger de lange reis van Los Angeles naar Nahalal onderneemt. Tot afschuw van opa heeft oma geen enkele moeite met het gebruik van dit kapitalistische apparaat. Totdat oma zich realiseert dat al het stof in de stofzuiger blijft zitten en dat de stofzuiger dus vies is! De stofzuiger verdwijnt achter slot en grendel.

Shalev schetst een mooi portret van zijn oma en vertelt boeiend over zijn kleurrijke familieleden, met hun gevleugelde uitdrukkingen, hun vaste gewoonten, hun gebakkelei over de juiste versie van een gebeurtenis. Het is ook een lofzang op Nahalal, waar het leven zoveel vrolijker was dan in het sombere Jeruzalem. Het is aardig om motieven uit Shalevs romans terug te zien in de ‘werkelijkheid’. Shalev bouwt de spanning rond de stofzuiger zorgvuldig op en werkt zelfs toe naar een hilarisch hoogtepunt. Vakkundig gedaan, vol vertelplezier. Maar het blijft allemaal licht, luchtig en enigszins oppervlakkig.

Meir Shalev, Het zat zo. Vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt. Anthos, 231 blz. € 19,95

 

De damesloop

Vorig jaar medailles uitgedeeld bij de eerste Ladies Run, waarom dit jaar niet zelf meegedaan? De loop heet inmiddels Run2Day Ladies Run, maar de opbrengst gaat nog steeds naar Women Win, die vrouwen in ontwikkelingslanden door sport weerbaarder wil maken. De loop is nadrukkelijk ook bedoeld voor allochtone vrouwen. Er komen steeds meer loopgroepjes voor allochtone vrouwen, die ook weleens aan een georganiseerde loop mee willen doen. Vorig jaar vormde de ramadan een belemmering. Nu is hij weliswaar net afgelopen, maar het is toch weer vooral Hollands welvaren dat aan de start verschijnt. Lees meer

Langste Dag Loop

Ik heb aan heel wat loopevenementen meegedaan, ik heb wandelaars ingeschreven, kledingtassen ingenomen en hardloopsters van medailles voorzien. Maar zelf een loopje organiseren, dat was nieuw. Geen radertje in het geheel, maar álle verantwoordelijkheid dragen. Sinds kort ben ik bestuurslid van hardloopvereniging ZOEV in Amsterdam. Een nieuw bestuur wil zich profileren, daarom besloten we met een sportschool in de buurt eind juni een vijf- en tienkilometerloop te organiseren, de Langste Dag Loop.

Het parcours was er al: een door het stadsdeel uitgezette route door het Oostelijk Havengebied. Maar dan? Lees meer

Schouder

Ik had het idee voor deze column al zo’n beetje in mijn hoofd toen ik ging skiën in de krokusvakantie. Het zou gaan over de invloed van hardlopen op je perspectief van afstand en tijd. Ik ski al jaren, en ik ben dol op sneeuw en bergen, maar sinds ik hardloop, irriteert het me dat je de helft van de tijd in de lift doorbrengt, om vervolgens in een paar minuten naar beneden te zoeven. Daarom zouden we aan het eind van de week ook een dagje gaan langlaufen. Dat is werken voor de kost, en je bent er even mee zoet. Net als hardlopen eigenlijk. Maar nadat ik de eerste twee dagen – desondanks – heerlijk geskied had, raakte ik de derde dag in een sneeuwbui het spoor bijster en viel ik zo hard op mijn schouder dat er de rest van de week geen sprake meer kon zijn van welke vorm van skiën dan ook. Lees meer

Naald in watten. ChiRunning: bewegen vanuit je kern

ChiRunning. Revolutionaire techniek voor blessurevrij en moeiteloos hardlopen. Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar er zijn opvallend weinig negatieve geluiden te horen over deze hardloopmethode.

Ik had bij het hardlopen het gevoel dat ik mezelf blokkeerde. Volgens mijn trainer zette ik mijn voeten te ver naar voren, liep ik te rechtop en boog ik mijn knieën onvoldoende. Toevallig zag ik het boek ChiRunning. Revolutionaire techniek voor blessurevrij en moeiteloos hardlopen. Ik bekeek het met scepsis. Het was zo’n optimistisch Amerikaans boek, waarin Danny Dreyer, hardloopcoach, ultraloper en de grondlegger van ChiRunning, vertelt hoe hij geïnspireerd werd door de basisprincipes van het Chinese tai chi. Lees meer