Schouder

Ik had het idee voor deze column al zo’n beetje in mijn hoofd toen ik ging skiën in de krokusvakantie. Het zou gaan over de invloed van hardlopen op je perspectief van afstand en tijd. Ik ski al jaren, en ik ben dol op sneeuw en bergen, maar sinds ik hardloop, irriteert het me dat je de helft van de tijd in de lift doorbrengt, om vervolgens in een paar minuten naar beneden te zoeven. Daarom zouden we aan het eind van de week ook een dagje gaan langlaufen. Dat is werken voor de kost, en je bent er even mee zoet. Net als hardlopen eigenlijk. Maar nadat ik de eerste twee dagen – desondanks – heerlijk geskied had, raakte ik de derde dag in een sneeuwbui het spoor bijster en viel ik zo hard op mijn schouder dat er de rest van de week geen sprake meer kon zijn van welke vorm van skiën dan ook. En de paar honderd meter die ik noodgedwongen nog skiënd moest afleggen om de dichtstbijzijnde skilift te bereiken, duurden langer dan me lief was. De volgende dag – ik moest toch wat – ben ik gaan wandelen langs het plaatselijke riviertje en door het besneeuwde bos, met uitzicht op het langlaufparcours. Zo kon ik alsnog nadenken over het beoogde thema. Sinds ik halve marathons loop, weet ik dat ik op eigen kracht binnen twee uur meer dan twintig kilometer kan afleggen. Daardoor heb ik een heel ander idee van afstanden gekregen. Met de tram van Amsterdam-Oost naar Amsterdam-West? Kom op, dat is hooguit een kwart marathon, tien mijl misschien, een afstand van niks! Hardlopen is vaak niet zo praktisch als je netjes op een afspraak moet verschijnen, maar ik ga wél op de fiets. En zie ik vanuit de auto een bord ‘Amsterdam 21 km’, dan denk ik: als ik nu pech krijg, ga ik gewoon lopen. Hardlopen maakt de wereld een stuk kleiner.

Inmiddels ben ik weer thuis en heb ik met enige moeite dit stukje getypt. Straks ga ik hardlopen. Want dat is nog een voordeel: met een geblesseerde schouder kun je niet skiën, maar wel hardlopen.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: