Koning David had kapsones. Meir Shalevs tekstanalyse van het Oude Testament

De eerste liefde in de Bijbel is niet die van Adam voor Eva. Ze begeren elkaar, maar het woord ‘liefde’ wordt niet genoemd. Dat gebeurt pas als God tegen Abraham zegt: ‘Neem uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Isaak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer.’

Meir Shalev wordt geïnspireerd door Bijbelverhalen, en niet alleen als romanschrijver. In 1985 schreef hij zijn seculiere Bijbelexegese De bijbel nu. In In den beginne neemt hij de Hebreeuwse Bijbel – het Oude Testament – opnieuw onder de loep, ditmaal met het uitgangspunt: wat was de eerste keer dat iets genoemd wordt in de Bijbel? De eerste liefde, de eerste droom, de eerste haat, maar ook de eerste koning, de eerste profeet en de eerste spion. Terwijl Shalev met De bijbel nu zijn lezers een spiegel wilde voorhouden, is In den beginne een tekstanalyse van de Bijbel zelf.

Pas na de liefde van Abraham voor zijn zoon komt de liefde tussen man en vrouw, dezelfde Isaak en zijn Rebekka. Dan volgt hun zoon Jakob, die kinderen krijgt van Lea, de vrouw die hij niet liefheeft, en als hij eindelijk de vrouw krijgt van wie hij wél houdt, Rachel, blijft ze aanvankelijk kinderloos. Zo wordt Jakob, aldus Shalev, doordrongen van de Bijbelse opvatting dat de baarmoeder voor het hart gaat. En daarom wordt ouderliefde het eerst genoemd.

Shalev beschouwt de Bijbel als één gecompliceerd literair werk vol intertekstuele verwijzingen tussen de Bijbelboeken. Daarom ziet hij vaak een diepere betekenis in de eerste keer dat iets gebeurt. Sommige eerste keren zijn echter minder betekenisvol. Die gebruikt hij als kapstokken om een verhaal te analyseren of om verbanden tussen verschillende verhalen te laten zien. Zo gaat in ‘De eerste profeet’ de meeste aandacht niet uit naar de eerste profeet, maar naar Jona, die niet eens profeet genoemd wordt. Jona moet de bewoners van Nineve de verwoesting van hun stad aanzeggen. Hij verzet zich daartegen, vlucht vergeefs voor God, wordt door een vis opgeslokt, maar arriveert uiteindelijk toch in Nineve en spreekt zijn profetie uit.

Inkeer

De inwoners komen onmiddellijk tot inkeer en God blaast de verwoesting af. Jona voelt zich gekrenkt in zijn beroepseer en hoopt dat de stad alsnog verwoest wordt. Hij geeft meer om zijn eer dan om God of medemens. Shalev ziet parallellen met de profeet Jeremia: ook die probeert onder de door God opgelegde taak uit te komen, maar beseft dat je God niet kúnt ontvluchten. Misschien, oppert Shalev, heeft Jeremia het boek Jona wel zelf geschreven, als waarschuwing, ook voor zichzelf.

Een belangrijke figuur in de joodse geschiedenis is David. Hij figureert zowel in ‘De eerste koning’ als in ‘De eerste liefhebbende vrouw’. Shalev merkt op dat David bij iedereen geliefd was, maar zelf van niemand hield (ook niet van zijn eigen – liefhebbende – vrouw Michal). Zijn vanzelfsprekende populariteit maakte hem hoogmoedig en bracht hem tot onvergeeflijke daden, zoals het laten sneuvelen van Uria om diens vrouw Batseba te kunnen veroveren. Het gekke is nu, zegt Shalev, dat David als een positieve figuur de geschiedenis in is gegaan, en dat proces is al begonnen in de Bijbel zelf. Terwijl het boek Samuel geen twijfel laat bestaan over Davids misstappen en zijn treurige oude dag, laten de Kronieken – ‘De Grote Sovjetencyclopedie van het joodse volk’ – alle minder vleiende episodes gewoon weg!

God is natuurlijk in alle hoofdstukken aanwezig. Niet altijd in positieve zin. Waarom nam Noach van alle onreine dieren twee paar mee, maar van de reine dieren zeven paar? Om na de zondvloed met de reine dieren de Heer een dankoffer te kunnen brengen. Puur eigenbelang van God! Elders is God ‘een beledigde mopperaar’ en hecht hij veel belang ‘aan zijn pr en de wereldopinie’, maar ja: ‘Meer dan eens is God het slachtoffer van de grove pen van een niet al te geslaagd schrijver.’

Zo’n schrijver is Shalev gelukkig niet. Ondanks zijn luchtige, satirische en soms melige toon heeft hij een serieuze literaire en moraalfilosofische analyse geschreven, die tegelijkertijd zeer onderhoudend is.

De vertaling leest alsof het boek in het Nederlands is geschreven. Niet alleen door de goede kwaliteit, maar ook doordat bij de besproken passages de verschillende Nederlandse Bijbelvertalingen met elkaar worden vergeleken en van commentaar worden voorzien. Dat is goed en nuttig, maar ook vreemd, want het valt niet aan te nemen dat Shalev die Bijbelvertalingen zelf heeft bestudeerd. De vergelijking zal dus het werk van de vertaler geweest zijn, maar in dat geval was een verantwoording wel op zijn plaats geweest.

Meir Shalev, In den beginne. Eerste keren in de Bijbel. Vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt. Ambo, 303 blz. € 19,95

Gepubliceerd in NRC Handelsblad 13 december 2011

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: