‘Ik ben een vertaler in hart en nieren.’ Shulamith Bamberger overleden

Foto: Michael Ballak

Vertalers uit het Hebreeuws in het Nederlands zijn er niet zo veel; vertalers uit het Nederlands in het Hebreeuws misschien nog wel minder. Ik kende maar één vertaler die allebei de kanten op vertaalde: Shulamith Bamberger. Op 8 mei is ze in Tel Aviv onverwacht in haar slaap overleden. Ze was zeventig jaar. Op 10 mei is ze in Tel Aviv begraven.

Shulamith is geboren en getogen in Israël. Als jonge vrouw kwam ze naar Nederland, waar ze gestudeerd heeft aan het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Ze woonde in Amsterdam, maar ging regelmatig voor korte of langere tijd terug naar Israël. Haar beheersing van het Nederlands was zo goed dat ze niet alleen in, maar ook uit haar moedertaal kon vertalen. Ze vertaalde uit het Hebreeuws onder meer proza van David Grossman, Ayelet Gundar-Goshen, Alon Hilu, Hila Blum, Zeruya Shalev, Yehoshua Kenaz, Ronit Matalon, en poëzie van Nathan Zach, Moshe Dor, Dahlia Ravikovich en anderen; uit het Nederlands vertaalde ze onder meer Arthur Japin, Harry Mulisch en Willem Elsschot. Ook was ze jarenlang televisieondertitelaar bij het NOB.

Soms ontvluchtte ze de eenzaamheid van het vertalen en ging ze bijvoorbeeld taarten bakken, die ze bij een café in de buurt verkocht, maar plotseling bleek ze dan toch weer met een bijzonder boek bezig. Ze kon het vertalen niet missen. ‘Ik ben een vertaler in hart en nieren’, zei ze in 2014  in een interview met Ruben Hofma van Poetry International. In dat interview zegt ze nog veel meer interessante dingen over haar leven en werk en haar motivatie om te vertalen. Beter dan dat kan ik het niet verwoorden. Je kunt het interview hier lezen.

Het toch al niet grote groepje Hebreeuwse vertalers zal Shulamith erg missen als collega, een veel grotere groep, vertalers en niet-vertalers, zal haar missen als mens.

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: