Bijna thuis. Hospice De Schelp biedt geborgenheid in de laatste levensfase

Le Champion wordt veertig jaar, zoals bekend. De jarige wil echter geen cadeaus maar verzoekt iedereen die iets wil schenken een donatie te geven aan Hospice De Schelp in Krommenie. De Schelp is een ‘bijna-thuis-huis’, waar mensen met een levensverwachting van minder dan drie maanden hun laatste levensfase in alle rust kunnen doorbrengen.

‘Le Champion is een vereniging van mensen die een sport beoefenen en gezond willen blijven’, zegt Ruud van der Velde, voorzitter van de jubileumcommissie. ‘Maar het is goed om te beseffen dat het bestaan ook een andere kant kent. Een hospice biedt een thuis aan mensen die nooit meer gezond zullen worden.’

Hospice De Schelp opende zijn deuren in oktober 2008 dankzij de inspanning van vele vrijwilligers. Van der Velde ziet hierin een overeenkomst met Le Champion, immers ook een organisatie die voornamelijk op vrijwilligers drijft. Daarbij is het hospice gevestigd in de Zaanstreek, de bakermat van Le Champion. En aangezien De Schelp zich de eerste twee jaar zonder subsidie moet zien te redden, kon de jubileumcommissie zich geen betere bestemming voorstellen. ‘In het jubileumjaar 2009 noemen we het hospice in elke uitnodiging die we rondsturen’, zegt Van der Velde. ‘We sturen een acceptgiro mee met Le Champion en we hebben drie activiteiten uitgekozen waarbij een extra bijdrage van vijf euro wordt gevraagd: de Ronde van Noord-Holland, Luik-Bastenaken-Luik en de Dam tot Dam-wandeltocht. En verder kan iedereen geld overmaken voor het hospice. Elk bedrag is welkom.’

Rust

Initiatiefneemster van De Schelp is Anja de Vries (62), voormalig directeur van verzorgingshuizen in de Zaanstreek, en inmiddels voorzitter van de Stichting Hospice Zaanstreek. Zij maakte drie jaar geleden van nabij kennis met het fenomeen hospice toen haar moeder ongeneeslijk ziek was. ‘Mijn moeder woonde zelfstandig in Amsterdam. Toen ze darmkanker kreeg, ging ik bijna elke dag naar haar toe. Alleen de laatste week heeft ze doorgebracht in een hospice in Amsterdam. Dat gaf zo’n rust. Ik kwam daar overstuur binnen en het personeel zei: ga jij maar lekker naar huis, wij zorgen voor haar. Maar ik heb ook zelf voor haar gekookt en de hele familie kon rustig afscheid van haar nemen. Toen ze overleden was, dacht ik: wat raar eigenlijk dat we in de Zaanstreek niet zoiets hebben.’

De behoefte was er wel. ‘Uit een rekenmodel van de VPTZ (Vrijwilligers Palliatief Terminale Zorg) bleek dat er in de Zaanstreek, met 180.000 inwoners, behoefte was aan een hospice met minstens vier bedden.’ Anja ging voortvarend aan de slag en betrok hierbij een aantal deskundige mensen, onder wie Judith Schouten, voormalig wethouder in Zaanstad. Fundraising was het belangrijkste. Beiden zijn lid van de Rotary en wonnen de vier Rotaryclubs in de Zaanstreek voor het initiatief.

Bijna-thuis-huis

Woningcorporatie PARTEON kocht een pand aan in de Evenwichtstraat in Krommenie en verhuurde dat voor een schappelijke prijs aan de stichting. Ook de verbouwing en de inrichting kwamen tot stand met sponsorgeld en giften in natura. Zo ontstond een ‘bijna-thuis-huis’ met vier kamers, elk met een bed, televisie, kastruimte en een complete badkamer. Verder zijn er gemeenschappelijke ruimtes, slaapgelegenheid voor de familie, en een keuken. ‘We proberen het zo huiselijk mogelijk te houden’, zegt Anja. ‘Maar wel met alle benodigde zorg. De Schelp is een “low-care-huis”, waar geen specialistische medische zorg wordt gegeven. Er zijn dagelijks van 7.00 tot 23.00 uur twee vrijwilligers aanwezig, vanaf 17.00 uur komt er iemand van de thuiszorg, en ’s nachts is er een verpleegkundige. In de ochtenduren komt de wijkverpleegkundige of wijkziekenverzorgende.’

In principe kan iedereen met een levensverwachting van minder dan drie maanden terecht in De Schelp (‘maar als het langer duurt, sturen we ze niet weg!’). Uitzonderingen zijn kinderen onder de twaalf – voor wie kinderhospices bestaan – en mensen met een psychiatrische stoornis die overlast veroorzaakt. Via huisartsen, ziekenhuizen, de sociaal maatschappelijke dienstverlening en familie worden potentiële gastbewoners doorverwezen.

Zestig vrijwilligers

Er zijn twee coördinatoren, die elk 24 uur werken, en maar liefst zestig vrijwilligers. ‘En we hebben er nog 25 op de wachtlijst staan’, vertelt Anja. ‘De dagindeling wordt in principe bepaald door de gastbewoners. De belangrijkste taak van de vrijwilligers is er zijn voor de gastbewoners en hun naasten. Verder doen zij boodschappen, zorgen voor het eten, zetten koffie en doen de was. Voor het schoonmaakwerk hebben we medewerksters van de thuiszorg.’

Het werk kan emotioneel zwaar zijn, waardoor niet iedereen geschikt is voor deze functie. Anja: ‘We hebben met iedereen die zich als vrijwilliger had aangemeld een gesprek gevoerd. Daarbij zijn er zes afgevallen, omdat ze niet de juiste motivatie hadden. De overigen hebben een cursus gevolgd van het Steunpunt Mantelzorg, waarin ze naast praktische zaken ook leerden hoe je moet omgaan met mensen in hun laatste levensfase. Daarna is er nog één vrijwilligster afgevallen omdat ze ging verhuizen. Voordat de eerste gastbewoners kwamen, hebben we twee weken proefgedraaid, en nu komt de echte vuurproef. We hebben bijvoorbeeld nog geen sterfgevallen meegemaakt. Ik verwacht dan ook nog wel een aantal afvallers.’

Lievelingsplekje

Op het moment van mijn bezoek zijn er twee gastbewoners, een mevrouw van tegen de zeventig, ‘die heel slecht ligt’, en een mevrouw van negentig met wie het nog redelijk goed gaat. Ze liggen allebei te rusten als ik er ben, maar hun aanwezigheid is toch merkbaar. Als Anja mij in de gang uitleg geeft, komt een vrijwilligster toegesneld met de mededeling dat een van de bewoonsters last heeft van ons gepraat. En als we later in de gezellige serre zitten te praten, vraagt de tweede vrijwilligster of het niet te lang gaat duren, want de andere bewoonster wil graag in de serre zitten, haar lievelingsplekje. Hoe gaat het eigenlijk als alle kamers bezet zijn en er ook nog familie aanwezig is? ‘Dat hebben we nog niet meegemaakt,’ zegt Anja, ‘maar omdat we verscheidene gemeenschappelijke ruimtes hebben, en de keuken, en ’s zomers ook nog terrassen in de tuin, hoeven ze elkaar niet in de weg te zitten.’ Familieleden zijn dag en nacht welkom, benadrukt Anja. ‘Ze kunnen zelf voor hun familielid zorgen, en we hebben twee rolbedden die eventueel in de kamers van de gastbewoners geplaatst kunnen worden.’

Bij de voordeur staat op een granieten sokkel een miljoenen jaren oude schelp. ‘De schelp staat symbool voor de geborgenheid die wij de mensen willen bieden’, zegt Anja. ‘We geven ze een warm thuis en vragen niets meer van ze.’

Gepubliceerd in Le Champion januari 2009

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: