Achilles in Sparta. De fundamentele onvrede van ultraloper Ron Teunisse

Ron TeunisseRon Teunisse was de eerste Nederlander die de Spartathlon liep, de 246 kilometer lange ultraloop van Athene naar Sparta, waarin hij vijfmaal bij de eerste tien eindigde. Over zijn passie voor ultralopen, zijn successen en zijn mislukkingen, zijn vriendschap met collega-langeafstandsloper Jan Knippenberg én over zijn aversie tegen domme mensen schreef hij De koerier die nergens bij hoort, een bundel nuchtere, vaak humoristische, soms cynische, maar ook ontroerende columns.

“Eigenlijk ben ik ongeschikt om te lopen, ik heb een beenlengteverschil, ik ben te zwaar, ik heb een slechte rug, maar als je wil sterk is, dan kun je het.” Ron Teunisse (58) mag dan niet zo’n hoge dunk van zijn lichaam hebben, in de wereld van het langeafstandslopen wordt met groot respect over hem gesproken. In de jaren tachtig en negentig won hij diverse ultralopen, en nog steeds is hij Nederlands recordhouder op de 12 en de 24 uur. Op zijn achttiende zag hij op de televisie een reportage over een Finse marathonloper die zich in een besneeuwd woud voorbereidde op de Olympische Spelen: “Dat soepele lopen, en het verre doel dat hij had, dat inspireerde me. Inspiratie is belangrijker dan trainingsschema’s. Ik heb altijd op gevoel gelopen.”

Broer

Hij begon lange tochten door de duinen te maken. In de jaren zeventig en tachtig liep hij dagelijks naar zijn werk als psychiatrisch verpleegkundige in Santpoort en terug, eerst vanuit Amsterdam, later vanuit Castricum. “Dat spaarde tijd. Ik had een gezin met jonge kinderen. Mijn vrouw vond het niks, dat geren. Ik probeerde er wel te zijn, maar als je zo intensief bezig bent met lopen, is je geest toch ergens anders.”

Lopend door de duinen ontmoette hij Jan Knippenberg, die andere legendarische ultraloper, die helaas in 1995 op 47-jarige leeftijd overleed aan kanker. Knippenberg liep al in 1974 van Hoek van Holland naar Stockholm en stimuleerde Teunisse ook ultralange afstanden te gaan lopen. “Jan was net zo’n figuur als ik”, zegt Teunisse. “We kwamen elkaar telkens tegen in de duinen en uiteindelijk zijn we samen gaan lopen. We spraken dezelfde taal, zo iemand zal ik nooit meer vinden. Ik beschouwde hem als een broer. We leken erg op elkaar. Juist daardoor maakten we soms ruzie. Maar we inspireerden elkaar ook.”

Samen met Jan Knippenberg liep hij grote afstanden, al dan niet in georganiseerd verband.

Zoals de 24 uur van Apeldoorn, die hij driemaal won. “Je loopt rondjes van ruim 1600 meter. Je krijgt oogkleppen, je registreert niets meer om je heen. Dat moet ook wel, want anders ga je relativeren, dan denk je: waar ben ik eigenlijk mee bezig, en dan stop je.” In 1990 liep hij daar het Nederlands record 24 uur, officieel 261,75 km, maar officieus ruim 263. “De organisatie was bij één ronde vergeten het rondebordje te verhangen. Dat zit me nog steeds dwars, ja.” Ook liep hij tijdens die loop een bijna fatale niervergiftiging op (“Vergeten te drinken”), maar het record staat nog steeds.

Mentale belasting

Teunisses echte droom was het lopen van de Spartathlon, de door Herodotus beschreven route van Athene naar Sparta die koerier Pheidippides in 490 v. C. zou hebben afgelegd om de Spartanen om steun te vragen Athene in de oorlog tegen de Perzen. In 1982 reconstrueerde een groep Engelse hardlopers deze route, hetgeen vanaf 1983 resulteerde in een 246 kilometer lange ultraloop. “Ik wilde de eerste Nederlander zijn die de Spartathlon liep. Ik dacht aan wat er gebeurd was tussen de Grieken en de Perzen en stelde me het moment voor dat ik in Sparta zou aankomen, net als die koerier.”

In 1987 waagde hij het erop. “Voor zo’n afstand kun je eigenlijk niet trainen”, zegt Teunisse. “Het blijft een sprong in het diepe. Je weet niet of je het gaat redden. Het is vooral de mentale belasting. Je hebt ups en downs. Soms ben je na veertig, vijftig kilometer al kapot en gaat het bij negentig kilometer opeens weer als een trein. Als het slecht met je gaat, moet je denken: straks gaat het weer beter. Tegenslagen als blaren zijn minder belangrijk. Je moet de geestelijke strijd winnen. Je mag er 36 uur over doen, dus je kunt ook stukken wandelen. Maar ik wilde vooraan eindigen. Ik haalde gaandeweg allerlei mensen in. Die waren te snel van start gegaan. Je moet zo lang mogelijk door blijven lopen in een laag tempo. Het is niet zo dat ik per se wil winnen. Ik ben liever de eerste die iets doet dan dat ik als eerste eindig. Zoveel heb ik trouwens niet gewonnen. Ik ben meer de eeuwige loser, de nummer 2. Zoals Achilles. Helden hebben vaak iets tragisch, als ze de overwinning ruiken, gaat het mis. Achilles wordt ten val gebracht door Paris, een onbenullige, narcistische figuur.”

Pijl

Paris staat voor de domheid die Teunisse overal in de maatschappij tegenkomt. In de tram in Amsterdam, maar ook tijdens het lopen. Zoals in 1988, tijdens zijn tweede Spartathlon: “Ik was toen heel sterk, ik had kunnen winnen als ik niet verkeerd was gelopen.” De organisatie bracht hem per auto terug naar de plek waar hij zogenaamd een pijl miste, “maar er was helemaal geen pijl!” Niettemin dwong de hoofdorganisator hem het hele stuk nogmaals te lopen, waardoor hij uiteindelijk als tweede eindigde. Hij kan zich er nog steeds over opwinden.

Teunisse deed in totaal tienmaal mee aan de Spartathlon. Vijfmaal moest hij opgeven, maar áls hij hem uitliep, eindigde hij bij de eerste tien, tweemaal zelfs als tweede. Toch kijkt hij niet tevreden terug op zijn prestaties. “Ik heb een fundamentele onvrede, voel geen trots van binnen. Ik kijk eerder naar mijn mislukkingen. Ik vind het ook moeilijk om oud te worden. Na de vijftig wordt het leven een last.” Stiekem hoopt hij nog eens mee te doen aan de Spartathlon, maar hij geeft zichzelf weinig kans. “Mijn knieën zijn versleten, binnenkort word ik aan een knie geopereerd. Ik kan nu hooguit een uurtje lopen. Ik hoop zó dat dat meer wordt, ook al is het langzaam. Ik mis de duinen, het gevoel als je vier, vijf uur gelopen hebt en dan omkeert om naar huis te gaan.”

Ron Teunisse, De koerier die nergens bij hoort. Columns en verhalen van een ultraloper. Parnassia, Santpoort-Noord 2010. € 14,50. Het boek bestaat deels uit nieuw werk, deels uit columns die hij schreef voor het blad Runner’s World en het literair hardlooptijdschrift 42. Te bestellen via www.ronteunisse.nl

Gepubliceerd in Le Champion april 2011. Je kunt het artikel hier als PDF lezen.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: