Vondelpark

‘Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: “Voor Joden verboden”‘, sprak onze koning op 4 mei 2020 tijdens de Dodenherdenking op de Dam. De Israëlische schrijfster Emuna Elon schreef in het door mij vertaalde Sonja’s zoon over een joodse vrouw die met haar twee kinderen de oorlog in Amsterdam probeert te overleven. Ook zij stuit bij het Vondelpark op dat bordje.

Emuna Elon

Een mooie dag in Amsterdam. Een mooie dag in de tuinen. Een mooie dag in de straten en op de pleinen. Langs de grachten lichten de takken van de bomen op boven het water, dat straalt met een nieuw licht, licht zoals er nooit geweest is en nooit meer zal zijn.

            Sonja probeert zich niet te veel zorgen te maken over Eddy. De eerste tijd hield Martin haar op de hoogte van wat hij had gehoord op zijn geheime radiostations. Later deed hij dat niet meer en vroeg ze het hem niet meer.

            ’s Middags haalt ze Nettie op van de tijdelijke school en zet de twee kinderen op haar fiets: Nettie in het kinderzitje achterop en Leo in het zitje dat aan het stuur bevestigd is. Ze rijdt over de straat die grenst aan het Vondelpark, trapt heel langzaam langs de dichte muur van bomen die de groene velden begrenst die nu bedekt zijn met het oranje en paars van de krokussen. Haar hart doet pijn als ze langs de ingang tot het park vanaf de Obrechtstraat rijdt, alsof het de eerste keer is dat ze het houten bord ziet dat is vastgespijkerd aan een van de palen van het toegangshek, waarop in wrede zwarte letters staat: ‘Voor Joden verboden’.

            Ze vervolgt haar weg langs de grens van het grote park in zuidelijke richting.

            Mama, klinkt opeens het dunne stemmetje van haar dochter achter haar rug.

            Ja, schattebout.

            Mama, waarom zijn we al zo lang niet in het park geweest?

            Omdat het winter was, schatje. Het was veel te koud.

            Maar nu is het niet koud, mama. Wanneer gaan we naar het park?

            We gaan heel gauw naar het park, Nettie. Heel gauw.

            En dan pas snapt Sonja dat het kind het bord heeft gezien, het bord heeft gezien en de zwarte letters gelezen. Sinds wanneer kan ze die verwoestende woorden lezen? Hoeveel van dergelijke borden is ze al tegengekomen, dat onschuldige kuikentje, bij de verschillende toegangen van de wereld waarvan ze zich nog maar net bewust wordt en die ze net leert kennen?

Nadat ze nog een ingang gepasseerd is, en nog een bordje, zet Sonja haar ene voet op de grond en blijft stilstaan met haar fiets. Ze staat stil bij een muur van bomen, op een punt waar de boomtakken minder dik zijn. Door het jonge gebladerte kan ze in het park kijken, naar de vijver in het midden en naar de bloeiende krokussen in het gras rondom de vijver. Dichterbij, naast het hoofdpad van het park, ziet ze de gevallen eik. Een boom die lijkt op de talloze andere bomen in het park, behalve dat die andere bomen verticaal groeien en deze horizontaal, bijna liggend. Het lijkt alsof de boom toen hij nog een heel klein boompje was, van zijn plaats is gerukt, plat op de grond is gevallen, maar ook nadat hij was gevallen in leven is gebleven, is blijven doorgroeien: aan zijn ene kant, die op de grond ligt, steken zijn wortels, en daarmee ook zijn takken de grond in. Terwijl aan de andere kant de takken en ook de wortels naar de hemel groeien.

            Kijk, de boom waarmee we vrienden zijn, zegt ze tegen Nettie. Weet je nog dat we altijd met zijn allen bij hem op bezoek gingen, samen met papa?

            Het kind knikt enthousiast, haar ogen stralen als Sonja over Eddy spreekt. Toen ik klein was, zegt ze, en we hier kwamen met papa, dacht ik dat die boom op de grond lag omdat hij dood was…

            Ja, bevestigt Sonja, als je hem zo ziet liggen, zou je kunnen denken dat hij dood is. Alleen als je heel goed kijkt, en van dichtbij, zie je hoe levend hij is.

            Nettie kijkt naar de boom vanaf het verafgelegen punt dat toegestaan is voor joden zoals zij. Zijn blaadjes zijn groen, concludeert ze. Dat betekent dat hij leeft.

            Leo zwijgt in zijn zitje. Zijn blonde wenkbrauwen zijn gefronst, en het lijkt erop dat hij luistert naar het gesprek tussen zijn moeder en zijn zusje, en dat hij het begrijpt.

Omgevallen boom in het Vondelpark

Sonja herinnert zich een sentimenteel gedichtje dat ze heeft geschreven voor de boom toen ze nog op de middelbare school zat en vaak gedichten schreef: ‘O boom, wat lig je daar stil, / alleen jij begrijpt wat ik wil. / Mijn wortels naar boven, mijn takken benee, / alleen jij lijdt met me mee.’

            Of zoiets.

Als ze de fiets omdraait in de richting waar ze vandaan is gekomen, om terug naar huis te gaan, ziet ze tot haar verrassing iemand – een onbekende man, in een donker pak – met snelle pas en een ernstig gezicht op hen afkomen. Het eerste moment schrikt ze van de gedachte dat het een politieman is, maar het volgende moment ziet ze dat het een gewone burger is, een oudere man die vastberaden op haar af stapt en op een paar passen afstand blijft staan.

            Hij spreekt haar aan op strenge toon: Mag u zich hier wel bevinden?

            Het kost haar moeite het te geloven, maar dit is wat er gebeurt: een onbekende man. Een onbekende man vraagt haar. Een onbekende man vraagt haar of zij en haar twee kinderen zich naast het Vondelpark mogen bevinden.

            Maar meneer, antwoordt ze beleefd, terwijl ze haar uiterste best doet haar angst te verbergen en zelfs te glimlachen, u hebt ongetwijfeld gezien dat ik helemaal niet in het park ben geweest. Ik stond hier alleen maar met mijn twee kleintjes, buiten het verboden gebied…

            U kunt maar beter onverwijld uit deze buurt verdwijnen, zegt hij met stemverheffing, want anders zal ik genoodzaakt zijn u aan te geven!

            En Sonja draait zich inderdaad om en fietst weg, haar dochter achter zich en haar zoon voor zich, fietst langs de muur van bomen tot aan de Obrechtstraat, waarboven een vuilgrijze lucht hangt, als een plas troebel water, laag en verbijsterd.

Uit: Emuna Elon, Sonja’s zoon (vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach). Atlas Contact 2018, p. 196-200

Als je meer wilt weten over Sonja’s zoon, kun je ‘Sonja’s zoon’ invoeren in het zoekvenster rechts boven aan de pagina.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: