«

Michel Krielaars leest eindelijk ‘Zie: liefde’

‘Zie: liefde’ van David Grossman was een van de eerste boeken die ik uit het Hebreeuws vertaalde, en zeker het meest gecompliceerde. NRC-recensent en chef-Boeken Michel Krielaars​ kocht het in 1990, toen de vertaling net verschenen was, maar kwam er niet toe het te lezen. Onlangs deed hij dat eindelijk wel, en hij was er zeer van onder de indruk, schreef hij afgelopen vrijdag in zijn column in NRC Handelsblad (18 augustus 2017).

Ook ik was danig onder de indruk toen ik Zie: liefde las en vervolgens vertaalde. Grossman haalt alles uit de kast – realisme, surrealisme, absurdisme – met maar één doel: de uitroeiing van de joden in de Tweede Wereldoorlog verklaren. Iets waarvan hij van tevoren al weet dat het tot mislukken gedoemd is, maar waarvan hij vindt dat je het altijd moet blijven proberen. Ik vond en vind niet alle pogingen even geslaagd, maar ik voel nog steeds bewondering voor het feit dat Grossman zich eraan waagde. Hij zorgde er daardoor ook voor dat de Sjoa in Israël bespreekbaar werd. Lange tijd was het min of meer een taboeonderwerp: er moest een land opgebouwd worden en het was beter om niet te veel naar het verleden te kijken.

Krielaars’ column spreekt voor zichzelf, maar één – verkeerde – opmerking wil ik toch niet onbesproken laten. Volgens Krielaars vertelt een van de hoofdpersonen, voormalig kinderboekenschrijver Ansjel Wassermann, als een Sheherazade elke avond een verhaal aan de kampcommandant om zijn leven te redden. Maar het is andersom: hij vertelt juist een verhaal om te mogen sterven. Wassermann is met vrouw en dochter aangekomen in een niet met name genoemd concentratiekamp, dat echter grote overeenkomst vertoont met Treblinka. Vrouw en kind zijn meteen vermoord in de gaskamer, maar Wassermann is wonderbaarlijk genoeg in leven gebleven. Omdat zijn leven na de dood van vrouw en kind voor hem volstrekt zinloos is geworden, vraagt hij de kampcommandant – inderdaad – of hij hem elke avond een verhaal mag vertellen, waarna de commandant hem mag doodschieten. Maar helaas, alle kogels ketsen af, en het is uiteindelijk niet Wassermann maar de commandant die het loodje legt. Wassermann overleeft de oorlog, maar raakt zijn verstand kwijt en valt iedereen lastig met zijn onsamenhangende gebrabbel. Dus om nu op grond van deze en andere episoden in Zie: liefde te concluderen dat Wassermann een positief mens is en, in de woorden van Krielaars, ‘dat zowel in goede literatuur als in het leven uiteindelijk alles om menselijkheid en vriendelijkheid draait’, dat gaat mij toch een beetje te ver. Niettemin, het was en is een bijzonder boek en dat blijft het. In 2007 verscheen bij Cossee een herziene vertaling (eveneens van ondergetekende), die later ook als paperback en e-boek verscheen.

Geef een reactie