«

»

Amos Oz, Judas

kaft JudasNu wordt het toch wel eens tijd dat ik iets schrijf over mijn meest recente vertaling, de roman Judas van Amos Oz, verschenen bij De Bezige Bij. Er was haast bij toen ik in het voorjaar aan de vertaling begon, want Oz zou de openingslezing houden bij de Nexus-conferentie Waiting for the Barbarians op 14 november 2015, en dan moest er natuurlijk wel een boek klaarliggen dat hij en passant kon signeren voor de bezoekers van de conferentie. Dat is gelukt, op het nippertje. In vijf maanden tijd driehonderd Hebreeuwse pagina’s in bijna vierhonderd Nederlandse pagina’s vertalen, misschien zijn er mensen die er hun hand niet voor omdraaien, maar ik vond het veel. Toch is het geen flitsvertaling geworden; ik heb gewoon (bijna) al mijn andere bezigheden terzijde geschoven. Niet iets om vaak te doen, maar het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf. Dat ligt uiteraard maar voor een beperkt deel aan de vertaling; het is gewoon een heel mooi boek. Ik ga hier niet uitgebreid de inhoud navertellen; dat is naar mijn smaak in sommige recensies – hoe lovend ook – al te veel gebeurd. Niet dat Judas nu direct een thriller is, maar het boek bevat wel een aantal raadsels die geleidelijk aan worden opgelost. Toch een tipje van de sluier:

Het verhaal speelt zich af in een somber oud huis in Jeruzalem in de winter 1959-1960, en wie wel eens een winter in Jeruzalem heeft doorgebracht, weet hoe deprimerend die kan zijn, met regen, wind, druipende cipressen en armzalige petroleumkacheltjes. Hoofdpersoon Sjmoeël Asj, student aan de Jeruzalemse universiteit, wordt door zijn vriendin in de steek gelaten, zijn vader is  failliet gegaan en kan hem geen studietoelage meer geven, en hij is vastgelopen in zijn zo veelbelovend begonnen scriptie, waarin hij wilde bewijzen dat Judas niet de verrader van Jezus was, maar juist de enige die écht in hem geloofde. Sjmoeël besluit zijn studie te staken en ergens in de Negev-woestijn nuttig werk te zoeken. Maar dan valt zijn oog op een briefje op het prikbord bij de universiteitskantine: student gezocht om een invalide oude man ’s avonds gezelschap te houden. Sjmoeël gaat erop af en ontmoet in het eerdergenoemde sombere huis Gersjom Wald, een typische intellectueel die niets liever wil dan zijn mening laten horen. Helaas is hij door zijn handicap aan huis gekluisterd en heeft hij geen publiek. Daar moet Sjmoeël in voorzien, die zelf ook wel van een stevige discussie houdt. In het sombere huis woont ook nog een beeldschone vrouw van een jaar of vijfenveertig, Atalja Abarbanel. Sjmoeël wordt op slag verliefd op haar, maar zij speelt een soort kat- en muisspel met hem. Sjmoeël komt er gaandeweg achter dat Gersjom en Atalja nog steeds leven met de tragedie die hun in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1948 is overkomen. En door dit alles loopt het thema van Judas, in de ogen van de christenen de klassieke verrader en het prototype van de onbetrouwbare jood. Maar in zijn gesprekken met Gersjom en Atalja komt Sjmoeël erachter dat de scheidslijn tussen verraad en liefde heel dun is.

Judas is de eerste echte roman van Amos Oz na Een verhaal van liefde en duisternis (2002; vertaling 2005), en ik vind het een van zijn beste boeken. Een van zijn hoogtepunten dus.

De openingslezing van Waiting for the Barbarians wordt overigens, samen met de bijdragen van de sprekers op de conferentie, in Nederlandse vertaling gepubliceerd in Nexus 71, dat in het voorjaar van 2016 verschijnt.

 

P.S. De dag na de Nexuslezing, op 15 november 2015, was Amos Oz te gast bij Buitenhof, waar hij geïnterviewd werd door Pieter-Jan Hagens. Hieronder het interview in beeld:

 

P.S. Op 1 december werd ‘Judas’ door het boekenpanel van De Wereld Draait Door verkozen tot Boek van de Maand november 2015: zie hieronder.

2 pings

  1. Habesura al pi Jehuda* – Judas – Amos Oz | Blauwkruikje

    […] Het verhaal speelt zich af in een somber oud huis in Jeruzalem in de winter 1959-1960, en wie wel eens een winter in Jeruzalem heeft doorgebracht, weet hoe deprimerend die kan zijn, met regen, wind, druipende cipressen en armzalige petroleumkacheltjes. Hoofdpersoon Sjmoeël Asj, student aan de Jeruzalemse universiteit, wordt door zijn vriendin in de steek gelaten, zijn vader is  failliet gegaan en kan hem geen studietoelage meer geven, en hij is vastgelopen in zijn zo veelbelovend begonnen scriptie, waarin hij wilde bewijzen dat Judas niet de verrader van Jezus was, maar juist de enige die écht in hem geloofde. Sjmoeël besluit zijn studie te staken en ergens in de Negev-woestijn nuttig werk te zoeken. Maar dan valt zijn oog op een briefje op het prikbord bij de universiteitskantine: student gezocht om een invalide oude man ’s avonds gezelschap te houden. Sjmoeël gaat erop af en ontmoet in het eerdergenoemde sombere huis Gersjom Wald, een typische intellectueel die niets liever wil dan zijn mening laten horen. Helaas is hij door zijn handicap aan huis gekluisterd en heeft hij geen publiek. Daar moet Sjmoeël in voorzien, die zelf ook wel van een stevige discussie houdt. In het sombere huis woont ook nog een beeldschone vrouw van een jaar of vijfenveertig, Atalja Abarbanel. Sjmoeël wordt op slag verliefd op haar, maar zij speelt een soort kat- en muisspel met hem. Sjmoeël komt er gaandeweg achter dat Gersjom en Atalja nog steeds leven met de tragedie die hun in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1948 is overkomen. En door dit alles loopt het thema van Judas, in de ogen van de christenen de klassieke verrader en het prototype van de onbetrouwbare jood. Maar in zijn gesprekken met Gersjom en Atalja komt Sjmoeël erachter dat de scheidslijn tussen verraad en liefde heel dun is.- de vertaalster hildepach.nl […]

Geef een reactie